Waar ik het meest naar uit kijk

Nooit gedacht dat ik dingen zo erg ging missen. Dingen en mensen, welteverstaan. Want hoewel Zweden een superleuk land is en ik hier ontzettend graag woon, kijk ik toch ook uit naar het 10 dagenlange bezoekje aan het warme België. Een bezoekje dat werkelijk tot op de laatste minuut volgepland staat met lunches, fika, diners en kroegentochtjes, want er zijn zoveel mensen die ik wil zien en zo weinig dagen. Een bezoekje met veel frietjes en veel bier. Met veel lieve vriendjes en zotte feestjes.

Maar er zijn ook rustige dagen. Omdat er 1 persoon is die ik in het bijzonder wil zien en daar helemaal geen zotte plannen moeten voor gemaakt worden. De persoon die de voorbije weken heel hard gevochten heeft en vandaag voor de laatste keer naar het ziekenhuis moest rijden voor de allerlaatste bestraling. Mijn papa. Daar kijk ik het meeste naar uit. Want quasi dagelijkse telefoontjes kunnen helemaal niet tippen aan een grote knuffel in real life en die knuffel, daar kijk ik het meeste naar uit.

Nog anderhalve week, eindelijk.

Over rozenblaadjes schijten

Belgen hebben nogal de gewoonte om te denken dat het gras overal groener is dan in hun eigen landje. Of misschien is het een algemene eigenschap van de mens, dat laat ik nog in het midden. In elk geval lijkt er zo’n misverstand te bestaan over Scandinavië. Namelijk dat de mensen hier rozenblaadjes schijten, de zon hier eeuwig schijnt en de banen geplaveid zijn met edelmetaal. Dat de treinen hier altijd op tijd rijden, de overheid de heiligheid zelve is en er niets idyllischer bestaat als een Zweedse winter. Dat administratie hier met slechts 1 muisklik geregeld wordt en wachtlijsten onbestaande zijn. Scandinavië is de perfectie zelve en de teleurstelling is groot wanneer ik eens iets negatiefs op Twitter durf te zwieren.

Helaas, lieve lezertjes. Treinen komen hier minstens evenveel te laat als in België, soms staan ze stil, andere keren worden ze afgelast en dikwijls ontbreekt elke vorm van informatie. Als de zon schijnt in de winter is het maar voor enkele uurtjes, waardoor ik de komende 5 maand geen daglicht meer kan zien op een werkdag en die adembenemende winterlandschappen daar heb je weinig aan, zo op dagen met maar 4u daglicht of wanneer die sneeuw eigenlijk slechts bestaat op een smeltend goedje witte smurrie die niet blijft liggen. De wegen bestaan uit asfalt, soms met putten en vaak met ijs. Bovendien mag je nog een hallucinant bedrag spenderen aan het gebruiken van die wegen via taxen en parkeertickets. De overheid maakt hier ook fouten en administratie betekent dikke pakken papieren opsturen met de post, wachten, vloeken, wachten en regelmatig de telefoon oppakken om te checken waar het is misgegaan, wachten en uiteindelijk te horen krijgen dat je iets vergeten invullen bent of dat zij je papieren zijn kwijtgeraakt.

Wat uiteraard niet wil zeggen dat ik hier niet graag woon. Integendeel, ik zou nergens liever willen wonen. Ook al vriest het, is het donker, hebben ze rare letters in het alfabet en is het leven pokkeduur. Want ja, het is hier open, de natuur is prachtig, de fietspaden zijn breed (maar de chauffeurs zijn gevaarlijk), mensen zijn vrolijk en de werkdruk ligt anders. Veel frustraties kunnen vergeven worden wanneer je op een zonnige winterdag uren kan wandelen of joggen in een adembenemend landschap en slechts een handvol mensen tegenkomt op heel je tocht en die altijd even opgewekt “hej hej” roepen. Het knarsen van bevroren winterblaadjes en de geur van een bos,  haaaaa. Maar wellicht zal ik de komende 5 donkere maanden blijven met m´n ogen rollen wanneer ik de zoveelste “alles in Zweden is ohzoofantastisch” tweet zie passeren, want niet _alles_ is hier fantastisch.

Allochtoon in Zweden

Jullie mogen het woord allochtoon niet meer gebruiken in sommige kranten en dat is maar goed ook. Want dat is een woord dat veel zegt en weinig betekent. Als we strikt in hokjes denken dan zal ik ook tot die categorie behoren. Ik ben niet geboren in Zweden, bijlange niet en ik ben dus geen echte Zweedse en  dat merk je. Aan het feit dat ik geen bankrekening kon openen in 2 verschillende banken (wegens geen Zweedse ID-kaart) of dat ik geen recht heb op een Visa-kaart. Aan het feit dat ik administratie moet regelen met de migratiedienst. Aan het feit dat ik geen Zweeds kan en toch koppig blijf proberen om met mijn beperkte kennis m’n plan te trekken. Aan het feit dat bijna al mijn vrienden in Zweden geen Zweedse nationaliteit hebben. Aan het feit dat buschauffeurs met hun ogen rollen omdat ik niet weet hoe ik een buskaart moet ontwaarden. Aan het feit dat een tripje naar het afvalsorteerlokaal telkens een avontuur is.

Dusja, ik ben een echte allochtoon. En wanneer jullie kranten schrijven over “allochtone jongeren”, dan mag je mij ook in dat hokje gaan steken, ook al ben ik geen relschopper, geen gastarbeider, geen moslim of geen poolse buschauffeur, net zoals het merendeel van de “allochtonen” dat niet is. Vandaar dat zo’n woord ook niets zegt. Het is dus goed dat jullie dat woordje afgeschaft hebben, daar bij De Morgen. En al wie het woord wel nog gebruikt zou dat eens consequent moeten doen voor allochtonen en autochtonen, zoals onderstaand artikeltje, want beide labels omvatten elk zo’n ruime diverse groep dat het echt nergens meer op slaat om dit zo in te delen:

Autochtone gemeenschap moet rellen in Haren veroordelen

Drie-jarenplan des levens

Onlangs verscheen er op Twitter de vraag welke mensen een drie-jarenplan hebben in hun leven, met een hoop “het leven is veel toffer zonder plannen”-reacties. Dikke koeienstront, denk ik dan, want volgens mij heeft iedereen een meer-jaren-plan in gedachte. Je schrijft je in aan de unief met de hoop daar binnen 5 jaar buiten te komen met een diploma. Je begint aan een doctoraat met het idee van na 4 jaar met de titel van doctor rond te lopen. Je solliciteert liefst op een job met toekomstperspectieven. Je zet kinderen op de wereld met het idee van daar toch een tijdje mee bezig te zijn. Je koopt een huis om daar langer dan een week te wonen.

Bovendien vind ik het leven wel tof met zotte plannen. Zo van die plannen als “na mijn doctoraat wil ik naar het buitenland verhuizen”, dat zijn er die je behoorlijk van te voren moet beginnen uitwerken. Het begon met een job zoeken, een skype-sollicitatiegesprek, aanvaard worden, mijn doctoraat indienen, Zweeds leren, een appartement zoeken, ontslag indienen en binnenkort ook daadwerkelijk al m’n spullen inpakken en naar Zweden rijden met het idee om daar 4 jaar te werken en daarna iets anders te gaan doen.

Dusja, ik ben een fan van drie-jarenplannen. Van dromen over hoe de toekomst er kan uitzien en daar dan ook af en toe vol moed helemaal voor te gaan. Maar daarnaast ook wel de nodige flexibiliteit in te bouwen en realistisch te zijn dat plannen kunnen veranderen.

Kijk se, nog een mening

Ondertussen leef ik al een jaar zonder vlees. Ik ben daar gelukkig om, want ik denk dat het ecologisch gezien de meest verantwoorde keuze is. Dat wil niet zeggen dat ik mijn keuze ga opdringen aan mensen, ik denk zelfs dat er veel kennissen niet eens weten dat ik geen dieren eet. I don’t make a big fuss over it. Als iemand met plezier een broodje met hesp naar binnenspeelt ga ik daar mijn neus niet voor optrekken. Het is mijn keuze om geen dieren te eten, niet die van anderen.

Dit is in tegenstelling tot vleeseters die zich wel gaan moeien met mijn eetgewoonte. Dan krijg ik blikken alsof ik een stuk stront tussen mijn boterham leg. Het heet hummus mensen, en ja het is lekker, ge moogt zelfs proeven. Commentaar als ik zeg dat iets “vegetarische martino” is, van bij de Delhaize, want goh preparé zonder vlees is echt not done. En bah, vegetarische worst, hoe durf ik zoiets te eten, worst is van vlees. Dan volgt een discussie monoloog dat het onnatuurlijk is om geen vlees te eten en dat al die vleesvervangers chemische zooi is.

Aan die mensen wil ik zeggen: laat mij gewoon rustig mijn broodje met kikkererwtsalade eten. Ik wil daar geen commentaar op, ik moei mij toch ook niet over het feit dat jij geen schelleke tomaat eet tussen uw boterham, dat het zoveel natuurlijker is om een boterham met tomaat te eten en dat dat schelleke tomaat volledig zonder bewaarmiddelen en kleurstoffen is gemaakt in tegenstelling tot uw plak rauw gekapt. Ik ga ook niet in discussie, want ik kan jullie toch niet overtuigen. In discussie gaan met iemand die gelooft dat dagelijks vlees eten natuurlijk en gezond is, is net als in discussie gaan over evolutie met iemand die gelooft in het scheppingsverhaal. Een hopeloze tijdverspilling.

 

Moh, kijkt nu. We zitten hier met een mening.

Ik volgde eens een cursus, zoals ik er wel vaker moet volgen van de doctoral schools. Het ging over solliciteren, zo na dat doctoraat en wat je dan best wel of niet doet. Daar leerde ik dat het beter is om mijn geboortedatum van mijn cv te halen. En als het zomaar eventjes kan, ook best mijn geslacht, want dat ligt allemaal wat “gevoelig” daar bij de human resources. Vrouwelijk en 26 jaar = 6 maand zwangerschap, gevolgd door 4/5 werken en elke dag vroeger stoppen om de kinders van de crèche te halen.

Onlangs las ik in de krant dat er veel te weinig vrouwen doorstromen van PhD naar post-doc en nog eens belachelijk weinig gaan door tot prof (5% om precies te zijn). De oorzaak lag blijkbaar bij de keuze van de vrouw zelf, want wij maken kindjes en daar moeten we voor thuisblijven. Daarom kwamen enkele belangrijke mensen tot een voorstel om vrouwen in plaats van 4 jaar, 8 jaar te geven voor dezelfde postdoc-positie van een man.

Als ik aan bepaalde mensen met een Y-chromosoom vertel dat in Zweden mannen verplicht zijn om ongeveer evenveel ouderschapsverlof op te nemen als vrouwen, dan trekken ze een gezicht alsof ik ze net een fles levertraan door hun strot geramd heb.  Mannen verplichten om voor hun kind te zorgen, dat is blijkbaar ondenkbaar voor velen, maar vooral voor die mannen zelf.

 

Dus, liefste lezertjes. Gender equality zoals dat in het Engels noemt, ik geloof niet dat het bestaat in België. Een vrouw tussen de 25 en 35 wordt op de arbeidsmarkt (om het met een vies woord te zeggen) aanzien als een wandelende broedhen die gedurende 10 jaar niets anders zal doen als kindjes maken, borstvoeding geven en thuisblijven omdat koter n°1 met een groene snottebel rondloopt. Zolang men blijft denken aan uitzonderingsregeltjes selectief voor vrouwen (zwangerschaps- en borstvoedingsverlof is, een dubbele termijn krijgen voor een functie), dan blijft dat glazen plafond bestaan.

Want vastgeroeste rollenpatronen of gedachtengangen, die doorbreek je niet met dat soort regeltjes, integendeel. En nu ga ik een gezichtsmaskertje opleggen, want het is wijvenweek.

 

Na een paar kannetjes glühwein

Met een paar kannetjes glühwein voor de neus, durven de gesprekken al wel eens vlotjes te gaan. De Oostenrijkers spreken beter Engels, ik waan me plots een rasechtse Deutsche Heidi en dat komt de sfeer allemaal ten goede. Ik vind dat schoon. .. more

Een groot café

Twitter is als een online café, die vergelijking is al vaker gemaakt. Wij babbelen daar wat op, over de dagelijkse onzin van het leven (net als deze blog), lichte frustraties of om wat meningen uit te delen. Het mag banaal zijn, liefst zelfs, ik houd niet van mensen die zichzelf te serieus nemen. Vandaar ook dat ik het meestal goed kan vinden met de mensen die mijn Twitter-timeline opvullen. .. more

De Rudy en zijn rode vuilniszak

Dat zijn toch altijd dezelfde mensen die staken, niet? Mensen van wie de vuilniszak altijd mooi opgevouwen ligt in een schuif, bij wie de minste verandering in het nieuws er een rilling over de ruggengraat passeert. Een licht gevoel van extase, “we mogen onze vuilzak weer aantrekken en cara-pils drinken op de trein naar Brussel, tijdens de werkuren, jochei!”. Het zijn mensen met namen als Jean en Rudy, die steevast aangeproken worden met een de voor hun naam. De Rudy en zijn vuilniszak.  .. more

Mag het wat rustiger?

Ik weet niet of jullie dat ook gemerkt hebben, maar volgens mij heeft er iemand met de afstandsbediening van het leven zitten prutsen. Het zit namelijk vast op driedubbele snelheid, terwijl ik eigenlijk de pauzeknop zou kunnen gebruiken. De weken en maanden vliegen voorbij, de stapel labowerk begint als maar kleiner te worden en plots besef ik ook dat het binnen minder dan een jaar zo ver is: die titel dr. komt voor mijn naam te staan, ik mag een ander vakje aankruisen bij m’n burgerlijke stand, maar eigenlijk nog véél zotter, we gaan tussen de elanden wonen en het noorderlicht zien in onze tuin. .. more